Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / wonen&leven / verslag milieuraad 3 december 2012.doc

verslag milieuraad 3 december 2012.doc

Verslag Milieuraad Eeklo, maandag 3 december 2012


Aanwezig: Christine De Bie (natuurpunt), Gaea Rysselaere (NPM), Jules Vandevelde (landbouwraad), Luc De Meester (economische raad), Roger Ginneberge (seniorenraad), Willy Lesage (cel milieu ACV, voorzitter milieuraad), Gaston Bommelé (onafhankelijke), Marc Spanhove (onafhankelijke), Antoon Blanckaert (onafhankelijke), Herman Vanpoorten (CD&V-NVA-ELD), Maureen Mingneau (SPA), Ben Caussyn (milieuambtenaar, secretaris milieuraad), Rita De Coninck (schepen van milieu)

Van Cauwenberge Rita (onafhankelijke), Van de Keere Claudine (onafhankelijke)


Verontschuldigd: Lieve Bulcke (Velt Meetjesland), Ester Spanhove (JNM), Patrick De Clercq (NVA), Christiaan De Wulf (SPA), Luc Vande Ryse (Landelijke Gilde), Ferdie Boelens (seniorenraad)


Verslag: Ben Caussyn


  1. Goedkeuring verslag 3 september 2012:

Het verslag van de vergadering 03/09/2012 wordt goedgekeurd.

Het verslag werd overgemaakt aan de mobiliteitsambtenaar en besproken op de GBC. De bijkomende opmerkingen vanuit de Economische Raad werden hieraan toegevoegd.


  1. Bespreking projectrapportage samenwerkingsovereenkomst 2012

In het kader van de samenwerkingsovereenkomst rapporteert de stad binnen de zes maanden na de afloop van het project over de uitvoering er van. Bijkomend moet het project besproken worden op de eerstvolgende milieuraad.

De stad Eeklo diende dit najaar te rapporteren over 2 projecten, m.n. ‘milieuvriendelijke voertuigen’ en ‘natuurontwikkelingsproject Vrombautsput’. Ook het intergemeentelijk project ‘green-events’ van de I.V.M. dient besproken te worden omdat een deel van de subsidies uit de “pot” van de deelnemende gemeenten komt.


  1. milieuvriendelijke voertuigen: aankoop CNG-kipwagen

De stad Eeklo vervangt oude wagens en bestelwagens systematisch door milieuvriendelijke voertuigen. Deze keuze werd reeds gemaakt in 2008, door de ondertekening van het lokaal Kyoto-protocol.

De aankoop van deze CNG-kipwagen is de 7ede milieuvriendelijke(re) aanwinst voor het wagenpark van de stad. Naast de kipwagen beschikt de stad nog over kleinere bestelwagens die hoofdzakelijk gebruikt worden door de werkcontroleurs. Deze voertuigen worden gebruikt voor korte ritten in de stad, waardoor dit zeer geschikt is wegens de afwezigheid van fijn stof. Dit bevordert terug de luchtkwaliteit in de stad en doet de algemene CO2-uitstoot dalen.

Er wordt telkens in vraag gesteld of het om een noodzakelijke vervanging gaat. Indien wel, wordt systematisch de keuze gemaakt voor een milieuvriendelijk voertuig. Toch wordt er niet enkel gefocust op aardgas. De stad Eeklo heeft reeds een elektrische scooter. Bovendien heeft stad Eeklo geïnvesteerd in een tankstation (homefill) op haar eigen grondgebied. Via een tracking systeem worden alle verreden kilometers bijgehouden.


  1. natuurontwikkelingsproject Vrombautsput

Het project geeft uitvoering aan acties uit (de toenmalige) groep 1, met name acties gericht op inrichting en beheer van gemeentelijke eigendommen of terreinen van derden (mits langlopende overeenkomst) ter verhoging van de biodiversiteit).

  • Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan (GNOP, 1994) waarin de Vrombautsput als onderdeel van de ecologische infrastructuur in het agrarisch gebied van Zuidbusakker en de prioritaire zone voor natuurontwikkeling die langs de expresweg gesitueerd is. Actualisatie (2005) waarin de Vrombautsput natuur-educatieve potenties worden toegeschreven ;

  • Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS, 2006) 2.1 met betrekking tot de gewenste natuurlijke en landschappelijke structuur waarin de Vrombautsput als natuurontwikkelingsgebied werd geselecteerd (ecologische infrastructuur van lokaal niveau, natuur-educatief project dicht bij de stad) ;

  • Milieubeleidsplan stad Eeklo (2005 – 2009): uitwerking van natuur- en groenfunctie van oa. de Vrombautsput ;


De afwerking van de oude stortplaats als natuurontwikkelingsproject werd opgestart eind september 2011:

  • plaatsen van een omheining (schapengaas met kastanjehouten palen) ;

  • aanleg wandelpad: uitgevoerd in aangevoerd hakselmateriaal, uitgespreid op kort gemaaide grasmat. Het pad heeft een breedte van ca. 1,20 meter met een slingerend verloop volgens het bestaande tracé. Het pad start bij de toegangssluis en eindigt bij de vogelkijkplaats ;

  • aanplantingen (vrij intensief) aan de binnenzijde het wandelpad als houtwal, alsook aan de perceelsgrenzen om eventuele horizontenvervuiling (coniferen, landbouwbedrijven ed.) te maskeren. Er werden in totaal ca. 1.150 stuks aangeplant (Alnus cordata (10%), Viburnum opulus (5%), Sambucus nigra (15%), Tilia cordata (30%), Quercus robur (5%), Crataegus monogyna  (15%), Prunus spinosa  (5%), Salix caprea  (15%).

  • plaatsen vogelkijkplaats ;

  • aanleg vispaaiplaats ;

  • aanleg steile wand ter bevordering van eventuele populatie oeverzwaluwen ;

  • plaatsen informatiebord ;

  • plaatsen natuurlijke fietssluis en –stalling (kastanjehouten palen)


Dit natuurontwikkelingsproject heeft voornamelijk de bedoeling om als rustgebied te functioneren, waarbij doorheen het jaar kleinschalige natuur(beheers)projecten zullen ondernomen worden.


  1. coaching van lokale verenigingen naar een duurzame werking

De klemtoon van het project lag voornamelijk op het aspect duurzaam organiseren van (publieks-) evenementen. Door het feit dat organisaties bij de aanpak van evenementen stil moeten staan bij duurzaamheid sijpelt het duurzaam aspect ook door in de ruimere dagdagelijkse werking van de vereniging.

Door de I.V.M. werd een verenigingscoach aangesteld (aanwerving september 2009 op basis van contract bepaalde duur van 3 jaar) die de opdracht kreeg om het project uit te bouwen en te organiseren.

Het project steunde op twee belangrijke pijlers, m.n. inhoudelijke ondersteuning (infoavonden, -vergaderingen, workshops, etc.) en praktische ondersteuning (herbruikbare bekers, afvaleilandjes, drankjetons, etc.).

Het intergemeentelijk project had evenzeer een duidelijke weerklank op de evenementswerking binnen de stad. Sinds 2012 werkt de milieudienst intensief samen met de evenementencel. Er werd een afvalplan aan het evenementenformulier toegevoegd, alsook werd het retributiereglement aangepast. Bovendien functioneert de milieudienst, sinds medio 2012, als adviserend orgaan met een persoonlijke benadering richting de organisatoren.


De milieuraad neemt kennis van voormelde uitgevoerde projecten in 2012.


  1. projecten 2013

    1. Samenwerkingsovereenkomst 2013

Zoals reeds eerder gemeld, werd het basisniveau van samenwerkingsovereenkomst van 2010, ondanks de beroepsprocedure, afgekeurd omwille van het te hoog afvalcijfer.

In november kregen wij de goedkeuring van beide niveaus voor het rapporteringjaar 2011.

In het kader van de Samenwerkingsovereenkmst 2008-2013 werd evenwel gemeld, door de dienst Milieu-integratie en –subsidiëringen, dat er voor 2013 geen projectenveloppe meer voorzien zal worden voor gemeenten en provincies. Er wordt voor dit laatste jaar niet geraakt aan de subsidies voor de basis en voor het onderscheidingsniveau, maar er kunnen dus geen nieuwe projecten meer ingediend worden.

Ondanks het aflopen van de Samenwerkingsovereenkomst eind 2013 bleef de Vlaamse Overheid lange tijd zeer vaag over de toekomst van dit subsidieapparaat. Op 28 november 2012 werd via een persmededeling van kabinet van Minister Schauvliege de toekomst na 2013 van het milieubeleid voor de steden en gemeenten uitgelegd.


“De studie naar de impact van subsidies aan gemeenten en provincies werd uitgevoerd door Tritel in opdracht van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse Gemeenschap. Het doel was te komen tot voorstellen om de effectiviteit van de milieusubsidies aan lokale overheden te verbeteren, de subsidies te vereenvoudigen en beter op elkaar af te stemmen. Dit zijn enkele opvallende conclusies:

  • Ondersteuning van lokaal milieubeleid is effectief als het resultaatgericht is;

  • Subsidiëren van ambtenaren of instellingen heeft weinig of geen effect;

  • Wettelijke verplichtingen moeten niet ondersteund worden;

  • Subsidieer gericht naar prioritaire doelstellingen van het leefmilieu- en natuurbeleid;

  • Hou rekening met grote lokale verschillen.”

Met het aflopen van de Samenwerkingsovereenkomst (23,3 miljoen euro) zullen de huidige middelen teruggeschroefd worden tot 9 miljoen voor de gemeenten en 1 miljoen voor de provincies. De andere 13 miljoen gaat naar de aanleg van rioleringen.

Bij het uitwerken van projecten (vanaf 2014) dienen deze te kaderen in de gewestelijke en Europese milieudoelstellingen.


  1. Containerpark wordt recyclagepark

De geplande herinrichting van het containerpark kende in de loop van 2012 heel wat vertragingen. In eerste instantie werd daarbij gedacht aan de uitbreiding van de huidige oppervlakte voor de inrichting van een modern DIFTAR-recyclagepark (DIFTAR: gedifferentieerde tarieven). Het materialendecreet en het VLAREMA gingen reeds van kracht op 1 juni 2012. Onderdeel van deze vernieuwde wetgeving is de harmonisering van de minimum- en maximumtarieven. Hiervoor worden prijsvorken voor het aanleveren van afvalfracties vooropgesteld, met duidelijke implicaties voor de uitbating van het containerpark. Met de geplande herinrichting zullen met andere woorden ook de tarieven moeten aangepast worden.

De milieuraad zal in de toekomst nauw betrokken worden bij de gesprekken rond tarifiëring, openingsuren, herinrichting en dergelijke meer.


M. Spanhove stelt dat de milieuraad als adviesorgaan wederom te laat wordt geraadpleegd. Hij wenst een kostenbatenanalyse voor de installatie van weegbruggen.

B. Caussyn stelt dat weegbruggen, gelet op de verplichtingen van het VLAREMA, bijna onoverkomelijk zijn. Personeelskosten, informaticakosten en verwerkingskosten werden reeds in rekening gebracht. Dit zorgt ervoor dat een gemiddeld bezoek ca. 8 € kost aan de stad. Het ‘gratis beurten’-systeem is m.a.w. onhoudbaar voor de stad en tevens een groot inkomstenverlies. Ten slotte worden pas subsidies verkregen van de OVAM op DIFTAR-initiatieven als de weegbrug.

De milieuraad vreest dat een te hoge tarifering de sluikstort in de hand zal werken wat uiteraard ook een hoge kost met zich zal meebrengen. B. Caussyn stelt dat een goede balans moet gevonden worden, maar dat moet voldaan worden aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ en de VLAREMA-prijsvorken.

Op 17/12/2012 zal het studiebureau een eerste voorontwerp voorleggen. Dit ontwerp zal nadien verder besproken worden op de eerstvolgende milieuraad.



  1. Lange Moeiakker

Vlaams minister Joke Schauvliege keurde elf nieuwe bebossingsprojecten goed. Eeklo viel hierbij ook in de prijzen en ontving een subsidiebedrag uit het Bossencompensatiefonds om 11 hectare grond aan te kopen om de bebossing aan de Lange Moeiakker te realiseren.

Er zijn reeds gesprekken opgestart voor de aankoop van enkele percelen in het projectgebied. In 2013 zullen deze gesprekken verder worden gezet met de hoop reeds enkele percelen aan te kopen.


De milieuraad uit zijn bezorgdheid over het gebruik van deze subsidie voor de realisatie van de milderende maatregelen.


  1. Samsö in Eeklo

In het kader van de aanvullende overeenkomst tussen cvba Ecopower en stad Eeklo, die in 2011 werd gemaakt bij de recente plaatsing van de windturbines ter hoogte van de Sint-Laureinsesteenweg, zaten wij afgelopen maanden met verschillende partijen samen. De voormelde overeenkomst stelde onder meer dat door Ecopower diepgaand in kaart zou worden gebracht wat de mogelijkheden van restwarmtebenutting bij de verbrandingsoven van I.V.M. (kunnen) zijn.


CORE is een coöperatie van ingenieursstudenten en bedrijven die de ecologische voetafdruk van studenten en van de maatschappij wil verkleinen alsook de studenten en hun omgeving wil sensibiliseren rond duurzame ontwikkeling. Voor hun project haalden zij inspiratie uit Denemarken waar op het eiland Samsö 100% hernieuwbare energie werd geproduceerd. Eén van de gehanteerde technologieën was daarbij district heating waarin het de bedoeling is om centraal opgewekte warmte te verdelen in een netwerk van meerdere gebouwen en terreinen.


Deze studenten zijn in 2012 een voorstudie opgestart naar de economische en technische haalbaarheid van dit warmtenet. Deze voorstudie wordt gefinancierd door vijf partners (Ecopower, stad Eeklo, Rescoop, Veneco, I.V.M.). De resultaten worden op 20/12/2012 verwacht, waarna kan bepaald worden of er nog verder wordt gewerkt rond dit project.


  1. andere

Het zwerfkattenproject wordt op dit moment geëvalueerd maar zal in 2013 worden verder gezet. Gelet op het grote aantal meldingen in 2012 (ca. 100) zal volgend jaar meer budget worden voorzien.








  1. Milieuraad – evaluatie – toekomst

In 1995 werd een milieuraad opgericht die een adviserende bevoegdheid heeft inzake de milieuproblematiek in de ruimste zin. De leden van de milieuraad worden aangeduid voor zes jaar, gelijklopend met de gemeentelijke legislatuur. De statuten van de milieuraad werden in 2004 gewijzigd.


Gelet op de verplichting van deze vernieuwde samenstelling, wordt een korte rondvraag gedaan m.b.t. evaluatie van milieuraad als adviesorgaan:

- schepencollege bezit niet de reflex om de milieuraad te consulteren in bepalende dossiers;

- communicatie rond milieugerelateerde evenementen kan beter;

- bodemverontreiniging bij projecten komt niet aan bod;

- te weinig adviserend;

- zeer beperkte invloed.


Suggesties vanuit de milieuraad:

  • nieuwsbrief lanceren met ‘milieunieuws in en buiten Eeklo’;

  • kennis openbare onderzoeken;

  • vaker een deskundige (per thema) uitnodigen zodat leden zich kunnen verdiepen in bepaalde onderwerpen.


De milieuraad vraagt een duidelijke visie van het schepencollege over de adviesraden. Het schepencollege moet een beslissing formuleren rond de toekomst van de adviesraden binnen de stad.


De milieuambtenaar zal deze vraag stellen aan het schepencollege.


  1. Varia

    1. Werkgroep Natuur

De stad beschikt over verschillende natuur- en bosgebieden (Lange Moeiakker, stadsbos, Vrombautsput, Raverschootsbos, ed.) die elk een specifiek beheer vragen. Tot op heden gebeurt dit veelal ad-hoc, of in het kader van acties en projecten. Vanuit de milieudienst komt daarom het voorstel om met enkele geïnteresseerden een werkgroep op te richten, waarin het beheer van deze gebieden enkele malen per jaar kan besproken worden.

De milieuraad stelt voor om dergelijke werkgroepen (met andere thema’s) uit te breiden en te integreren in de raad. Dit kan herbekeken worden bij de nieuwe samenstelling in 2013


Geïnteresseerden voor de werkgroep/salon Natuur kunnen zich melden via ben.caussyn@eeklo.be





  1. Natuurpunt – 21 april, Aardwandeling

Op 21 april is er ‘Dag van de Aarde’. Natuurpunt Eeklo-Kaprijke-Evergem organiseert die dag een wandeling rond de groene realisaties van de stad. Deze dag en activiteit is tevens een goed idee om als open milieuraad te organiseren.


  1. Bloemenzaad ‘Verbijsterde Bijen’

In 2013 zal het provinciebestuur Oost-Vlaanderen opnieuw de actie ‘Verbijsterde bijen’ organiseren. Net als voorgaande jaren zal deze actie zich toespitsen op 4 doelgroepen: particulieren, imkers, openbare besturen en landbouwers. Terwijl voordien particulieren zakjes bloemenzaad konden afhalen via reservatie op de website (2012) of via afhaalpunten op provinciale domeinen (2009, 2010, 2011), zal in 2013 het bloemenzaad kunnen afgehaald worden op de milieudienst.

Meer info hierover volgt nog.




Ben Caussyn – milieuambtenaar

secretaris milieuraad

04/12/2012


Zoeken